Fokking druk

Uitkrant | Februari 2019

Het is beroepsziekte nummer één: de burn-out. Hoe keren we dat om? Psycholoog 'Thijs Launspach (30) schreef er een boek over. Amsterdam is een aanslag op je stresssysteem.' 
 

Presteren, geld verdienen, carrière maken, een bloeiend sociaal leven hebben, leuke kinderen opvoeden, er ondertussen een beetje hip bij lopen, eindeloos lange bucketlists afstrepen en al die ervaringen ook nog eens delen met de rest van de wereld: het leven in een notendop anno 2019. Dat is althans het gevoel dat je bekruipt wanneer je naar de huidige samenleving kijkt. We moeten van alles - van onszelf, doorgaans - en dat levert de nodige druk op. Stress is een groeiend probleem: één op de zeven Nederlandse werknemers krijgt last van stressklachten of zelfs een burn-out. Onder 25- en 35-jarigen is dat aantal nog hoger: één op de zes of vijf En aangezien de wachtlijsten voor psychologische hulp maar groeien en groeien, moeten we het zelf maar fiksen. Zelfhulpboeken als 77w subtle art ofnot giving afttek, Dingen die je alleen ziet alsje er de tijd voor neemt en Stress prijken niet voor niets al maandenlang in de top tien. Daar kwam er onlangs een bij: Fokking druk, van Thijs Launspach. Psycholoog, schrijver, spreker en allesweter als het gaat om het fenomeen stress. Op de vraag hoe zijn boek nog het verschil gaat maken, moet hij lachen. la, dat klopt, er zijn veel boeken over bum-out op de markt en wat je ertegen kunt doen. Maar ik had er nog geen gevonden voor iemand als mijzelf: iemand die te maken krijgt met stress, maar niet per se een 'zwaar geval' is. Zo is Fokking druk meer gericht op de vraag wat stress precies is, hoe je acute stress kunt verminderen, hoe je je leven anders kunt inrichten zodat je minder stress ervaart en hoe je aandacht kunt trainen: In zijn boek stelt Launspach nadrukkelijk dat druk zijn een keuze is. Maar waarméé zijn we dan allemaal zo godvergeten druk?

 

HET VOLLE LEVEN

'Heb je even?' reageert Launspach. 'Ik denk dat er veel redenen zijn om te zeggen dat een hele generatie mensen het op dit moment drukker heeft dan ooit. Dat heeft onder andere te maken met ons werk, dat com-plexer en intensiever is geworden.' Het vervagen van de grens tussen werk en privé noemt hij daarbij een van de oorzaken. Waar mensen twintig, dertig of vijftig jaar geleden thuiskwamen van hun werk en vervolgens een paar uur thtlIs waren, zitten we nu geregeld aan de eettafel 'nog even' een mail te beantwoorden, een ver-gadering voor te bereiden of te appen met collega's. Die telefoonverslaving is wel degelijk aanwezig, aldus Launspach, en het apparaat slokt steeds meer van onze kostbare tijd op. Daarnaast hebben we meer dan ooit de neiging om onze agenda's bomvol te plannen. Op zaterdagavond thuisblijven? Niet drie keer per week sporten? De werkborrel overslaan? Kan niet, mag niet. Launspach: 'We lijken wel gedrild om het beste uit onszelf te halen. Dat is iets van onze tijd.' En dat beste, dat is een rijk, fit, gelukkig, interessant, kosmopoli-tisch én sociaal leven. "Vervolgens hebben we het gevoel dat er iets mis is als we niet aan dat plaatje voldoen. En voelen we ons klote als we in het weekend gewoon op de bank zitten. Maar bovenal lijkt het erop dat we zijn gaan accepteren dat dat volle leven, met al die eisen, nou eenmaal een bepaalde mate van stress met zich meebrengt.'

 

EEN BEETJE IS OKÉ

In zekere zin hoort stress ook bij het leven. Het heeft ons in de oertijd al uit menig benarde situatie gered. Wanneer er gevaar dreigt, geeft een dosis adrenaline en cortisol ons de kans om instinctief te vluchten, bevriezen of terug te vechten. Het is dus niet alleen normaal om af en toe in de stress te schieten, het is zelfs goed. Maar niet als het de status quo wordt 'Als je je stresssysteem vaak aanzet, raakt het geblesseerd', legt Launspach uit. 'Het is net als een fysieke blessure. Til je voortdurend te veel gewicht, dan raak je overbelast. Je hebt rust nodig om te herstellen. Hetzelfde geldt voor ons stresssysteem: dat is bedoeld om op korte ter-mijn een probleem om te lossen, niet om een hele week nachtenlang te piekeren over een sollicitatiegesprek: Als psycholoog maakt Launspach een duidelijk onder-scheid tussen burn-out en stress. Een burn-out is het eindstation, dat krijg je als je langere tijd je stress-systeem overbelast. Werken is geen optie meer, je bent letterlijk opgebrand. Het is iets wezenlijk anders dan oververmoeid of overspannen zijn. In die voorstadia kun je een bum-out nog voorkomen, maar als er een-maal aan de noodrem getrokken is, kun je niets anders dan rust nemen en revalideren. Zelf heeft Launspach nooit een burn-out gehad. 'Maar je schrijft zo'n boek niet omdat je alleen maar op academisch niveau géin-teresseerd bent in het onderwerp. Ik heb het nooit geschopt tot een burn-out, maar natuurlijk heb ik ook weleens te maken met stress. Dat werd bijvoorbeeld pijnlijk duidelijk tijdens het schrijven van dit boek. Daar was ik me toen zelfs heel bewust van. Het was in wezen een soort onderzoek naar mezelf. Als ik op die schrijfperiode terugkijk, zijn er genoeg momenten geweest dat ik echt een minder leuk mens was door de stress. Voor mijn omgeving was ik soms niet te genie-ten, ik stond minder aandachtig in het leven en ik was alleen maar aan het doorstomen. Dat is nog steeds af en toe aan de hand. Maar ik hoop dat ik inmiddels zo in de materie zit, dat ik de alarmsignalen op tijd herken.'

 

 SSST. EVEN LUISTEREN

Wat die klachten dan zijn? Dat verschilt. Vermoeidheid, geprikkeld zijn, lichamelijke kwalen - hoofd- of buikpijn, stijve spieren of trillende handen - en slecht slapen zijn duidelijke signalen van stress. Het gevoel dat je niet kunt focussen, dat je geen grip meer hebt op je leven of dat je voortdurend uitgeput bent, kunnen symptomen zijn van een (snel naderende) burn-out. Volgens Launspach zit de crux 'm in het feit dat we vaak niet naar onszelf luisteren. Of dat we klachten weliswaar herkennen, maar ze vervolgens scharen onder de noemer 'tja, het is nu even stressvol op het werk' of 'ach, gaat wel weer over'. Launspach: 'Stress is geen rocket science. Maar alle schijnoplossingen zoals yogaretraites, detox-thee, stoelmassages en kantoor-honden ten spijt: dat is slechts een doekje voor het bloeden. Je kunt een bum-out alleen voorkomen door jouw waarschuwingssignalen te ontdekken en gericht actie te ondernemen.' In Fokking druk haalt hij een anekdote aan van de klinisch psycholoog Jordan Peter-son, die beschrijft hoe artsen zich nog weleens verwon-deren over het feit dat veel mensen hun eigen medicijn-kuur niet afmaken. Zijn ze echter verantwoordelijk voor een kuur van bijvoorbeeld hun kind, een ouder familielid dat onder hun zorg staat of een huisdier, dan wordt die wél netjes afgemaakt. Waarom? We zijn geneigd beter voor onze naasten te zorgen dan voor onszelf. 'Daarom zouden we voor onszelf moeten zor-gen zoals we dat ook voor anderen doen. Dat begint bij het signaleren van stresstriggers en daarnaar hande-len. Ook het budgetteren van je tijd en duidelijke keu-zes maken, helpen tegen stress. Zo is druk voelen niet hetzelfde als druk zijn. Stress is onvermijdelijk, maar druk zijn is een keuze.'

DE AMSTERDAMSE ZIEKTE

In dat opzicht lijken we allemaal wel een lesje tijdbud-getteren te kunnen gebruiken, als we afgaan op hoe een gemiddeld gesprek tegenwoordig begint: 'Hoe gaat het?' -'Ja, druk!' Zéker in een stad als Amsterdam, lijkt wel. Zijn inwoners van een stad die broeit en waar zo veel millennials wonen, vatbaarder voor stress? Of waar op de arbeidsmarkt buitenproportioneel veel carrière-tijgers samenkomen en de concurrentie dus harder is dan elders? 'Laat ik vooropstellen', zegt Launspach, dat stress niet alleen een millennialprobleem is. Het komt voor onder een veel bredere groep. Wat Amsterdammers betreft is het een beetje speculeren, want ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar ik heb wel de in-druk dat in het Amsterdamse wereldje' extra veel van je verwacht wordt. Dat je een bepaalde gehaaidheid moet hebben om je ertussen te wurmen. En dan hebben we het nog niet eens over alle impulsen gehad: de trams, de fletsers. De stad is al met al best een aanslag op je stresssysteem.'

 

NEDERLAND IN 2030  

Maar waar zijn we over, pak 'm beet, tien jaar? Zit half Nederland dan thuis of hebben we een medicijn tegen de bum-outepidemie gevonden? Launspach: 'Je bent in grote mate zelf verantwoordelijk voor de stress in je eigen leven, vind ik. Maar er zijn natuurlijk maatschap-pelijke tendensen die ervoor zorgen dat er steeds meer gewicht op je schouders komt.' Een voorbeeld is de eerdergenoemde toenemende druk om 24/7 bereikbaar te moeten zijn. Momenteel pleit de PvdA daarom voor het reanimeren van de Arbeidstijdenwet, waarin ligt vastgelegd dat werknemers recht hebben op elf uur rust per dag. In een herziening moet worden vastgelegd dat er buiten werktijd ook niet gereageerd hoeft te worden op e-mails, telefoontjes of berichtjes van de baas of col-lega's. 'Het bedrijfsleven en de overheid hebben ook baat bij een burn-outvrije maatschappij, want het kost nu tientallen miljoenen euro's per jaar. Wij hebben met z'n allen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om stress uit te bannen.' Launspach pleit daarom voor een burn-outvrije maat-schappij in 2030. Dan Vut, volgens hem, als we meer plaats maken voor rust in ons leven. 'Topsporters zijn daar bijvoorbeeld heel goed in. Die weten precies wan-neer ze moeten pieken in belangrijke wedstrijden. Maar in aanloop daarnaartoe zijn ze heel bewust bezig met het vinden van rust. Zij weten: ik kan wel een wereld-record neerzetten, maar alleen als ik daar genoeg ontspanning tegenover zet. Vanuit de overheid, het onderwijs en het bedrijfsleven moet de boodschap ver-spreid worden dat we meer rust nodig hebben, en dat we daar ook over mogen praten. Dat zou de norm moeten zijn. Je kunt nou eenmaal niet non-stop topsport bedrijven. Werken is een marathon, geen sprint.'